Logo Waterschap Velt en Vecht
Ga direct naar het hoofdmenu of de inhoud.
Homepage > Projecten > Plan Ossehaar > Wat is vooraf gegaan?

Wat is vooraf gegaan?

Het klimaat verandert. In Nederland gaan we er vanuit dat we rekening moeten houden met perioden waarin het vaker en harder regent. We willen de voeten droog houden, ook in de toekomst. Daarom willen we water de ruimte geven, zodat we in natte tijden meer water kunnen opvangen en in droge tijden meer water voorhanden hebben. Onder meer in het agrarische gebied tussen de wijk Ossehaar en het Stieltjeskanaal wil Velt en Vecht ruimte voor water maken door dit gebied geschikt te maken voor waterberging.

Inde folder ‘Droge voeten nu en straks’  kunt u lezen hoe in het gebied van Velt en Vecht de komende jaren wordt omgegaan met de opdracht om tot een klimaatbestendig watersysteem te komen.

Waterbergingsgebied

Eenmaal ingericht, worden waterbergingsgebieden ingezet bij perioden van extreme neerslag wanneer er sprake is van forse wateroverlast. Een waterbergingsgebied wordt dan gecontroleerd onder water gezet om overstromingen elders tegen te gaan. De verwachting is dat het waterbergingsgebied Ossehaar gemiddeld één keer in de 75 jaar moet worden ingezet.

Voorgeschiedenis

In 2004 hebben het waterschap Velt en Vecht, de gemeente Coevorden en de Herinrichtingscommissie Schoonebeek een prijsvraag uitgeschreven voor de inrichting van de oostelijke stadsrandzone van Coevorden. Het ging om een nieuw te ontwikkelen stadsrand met recreatiemogelijkheden, zelfs met een golfbaan, waterberging en routestructuren. De Grontmij heeft met het plan "De Ossestede" in 2005 deze prijsvraag gewonnen en kreeg daarvoor de mogelijkheid het plangebied te ontwikkelen.

In 2008 is de Grontmij in samenwerking met het waterschap Velt en Vecht en de gemeente Coevorden een participatietraject gestart, waarbij met inbreng van belanghebbenden getracht is om te komen tot een inrichtingsplan. Aan de hand van zogenaamde ontwerpateliers is gezocht naar een integrale inrichting van het gebied, waarbij waterberging gecombineerd zou worden met een aantal andere functies. Toen gaandeweg dit proces meer en meer duidelijk werd dat woningbouw in dit gebied niet echt tot de mogelijkheden behoort, heeft de Grontmij te kennen gegeven dat in dat geval van een kostendekkend inrichtingsplan geen sprake kan zijn. Vervolgens heeft het waterschap Grontmij de opdracht gegeven om te komen tot een eenvoudig inrichtingsplan voor waterberging.

Naar boven