Wie is verantwoordelijk?

Sidebar

Homepage > E-loket > Grondwateroverlast > Wie is verantwoordelijk?

Wie is verantwoordelijk?

Taken en verantwoordelijkheden: een beknopt overzicht

Ten aanzien van de taken en verantwoordelijkheden rond stedelijk (grond)waterbeheer worden de volgende uitgangspunten gehanteerd:

De grondeigenaar

De woningeigenaar is verantwoordelijk voor de ontwatering en afwatering van zijn eigen perceel en ook voor de vochthuishouding in de woning.

Dit betekent dat u (of indien u in een huurwoning woont: uw huurbaas) zelf moet zorgen voor een deugdelijke afvoer van overtollig water van uw perceel. Hieronder valt onder andere de zorg voor drainagesystemen onder en rond uw woning en het voldoende waterdicht zijn van kelders.

De gemeente

zamelt aangeboden (grond)water in en heeft de taak, wegen en openbaar groen voldoende te ontwateren om een gezonde en veilige leefomgeving te waarborgen.

Het waterschap

beheert het water in beken, sloten, rivieren en kanalen (het zogenoemde ‘oppervlaktewater’). Via het oppervlaktewater wordt het aangeboden overtollig water afgevoerd. Door het instellen van het oppervlaktewaterpeil beïnvloedt het waterschap indirect ook het grondwaterpeil. Oppervlaktewateren binnen de bebouwde kom zijn dikwijls nog in beheer van de gemeenten. In dat geval stelt de gemeente het waterpeil in. Het waterschap streeft ernaar meer stedelijk water te gaan beheren. Verder is het zo dat sinds eind 2003 de initiatiefnemer van een ruimtelijk plan verplicht is om vroegtijdig advies in te winnen bij het waterschap over hoe om te gaan met water. Dit is de zogenaamde ‘Watertoets’.

De provincie

is strategisch grondwaterbeheerder. Dat wil zeggen dat de provincie in de gaten houdt of er nog voldoende grondwater van de gewenste kwaliteit is. In dit kader geeft de provincie vergunningen af, aan de drinkwaterbedrijven, voor grote industriële onttrekkingen en voor warmte- en koude-opslag.

De waterschappen zijn grondwaterbeheerder voor de overige grondwateronttrekkingen. Tenslotte heeft de provincie, wanneer het waterschap een negatief oordeel velt in de Watertoets, de bevoegdheid om een ruimtelijk plan aan te houden.

Naar boven